Skip navigation MENU

Welke zuivel is vriendelijk voor boerenlandvogels?

Geplaatst op 12-08-2019 in Nieuws.

Wil jij zuivel die ook vriendelijk is voor de boerenlandvogels? De Vogelvriendelijke Zuivelwijzer helpt je op weg. Vogelbescherming Nederland krijgt regelmatig de vraag met welke zuivelproducten de boerenlandvogels het beste zijn geholpen. Daarom besloot de organisatie verschillende producten met elkaar te vergelijken en een overzicht te maken.

Zuivelproducten krijgen minimaal 1 en maximaal 5 kieviten, naarmate er bij de productie rekening is gehouden met kieviten, grutto’s en boerenzwaluwen Daarbij is gekeken naar het aandeel kruidenrijk grasland, het maaibeleid, vernatting van percelen, streekeigen landschapselementen en erf- en broedgelegenheden. Vijf sterren betekent dus dat de zuivel vriendelijk is voor de boerenlandvogels.

De criteria

Grutto. Foto Jan Nijendijk - Saxifraga

Grutto. Foto Jan Nijendijk – Saxifraga

De score voor de zuivelwijzer wordt bepaald aan de hand van vijf criteria:

  1. Aandeel kruidenrijk grasland: kruidenrijk grasland is belangrijk leefgebied voor boerenlandvogels en hun jongen, waarin ze voldoende voedsel kunnen vinden en is dus een essentiële voorwaarde voor meer biodiversiteit. Zonder kruidenrijk grasland kunnen zuivelbedrijven eigenlijk niet in aanmerking komen voor een kievit. Vogelbescherming Nederland onderscheidt drie categorieën: zuivelaars met 5-10 procent kruidenrijk grasland, zuivelaars met 10-20 procent en zuivelaars met 20 tot 33 procent of meer. Een hoger aandeel kruidenrijk grasland resulteert in een hoger aantal kieviten.
  2. Rustperiode: om vogels voldoende tijd te geven om hun eieren uit te broeden en hun jongen groot te brengen is het belangrijk dat de vogels van 1 april tot 15 juni rust krijgen. Dit betekent bijvoorbeeld dat er pas na 15 juni gemaaid wordt.  Dit vergroot de overlevingskansen van de nieuwe generaties kieviten, grutto’s en tureluurs aanzienlijk, omdat vrijwel alle jongen dan kunnen vliegen.
  3. Vernatting: boerenlandvogels hebben baat bij plasdras en een vochtige bodem. Zo kunnen ze makkelijker insecten uit de grond halen met hun snavel. Ook leidt het tot tragere grasgroei en dus beter leefgebied om in te broeden en jongen in op te laten groeien.
  4. Streekeigen landschapselementen: dat kunnen bijvoorbeeld sloten, knotwilgen en houtwallen zijn. Door deze cultuurhistorische elementen op het boerenland te herstellen ontstaat er meer variëteit en daar hebben verschillende vogels zoals patrijzen en ringmussen baat bij.
  5. Erf – en broedgelegenheden; daarnaast kunnen melkveehouders maatregelen treffen om erfvogels meer ruimte te geven om te broeden.
Vogelvriendelijke Zuivelwijzer, Vogelbescherming
Actieplan Akker- en weidevogels, GNMF
Thijs Belgers on EmailThijs Belgers on Linkedin
Thijs Belgers
Thijs Belgers
Externe communicatie
Thijs verzorgt de externe communicatie bij de GNMF. Denk aan persberichten, website, sociale media en de nieuwsbrieven. Ook coördineert hij de Helpdesk.
Meer weten? t.belgers@gnmf.nl, 06 2933 0517